Taal quiz Welcome to your Taal quiz 1. Je komt een onbekend woord tegen in een tekst. Wat doe je? Je raadt willekeurig zonder nadenken Je negeert het woord Je zoekt de betekenis op of raadt af aan de context None 2. Je moet een zin correct maken. Wat doe je? Je negeert de zin Je schrijft het zoals je wilt Je past de juiste grammatica toe None 3. Je schrijft een kort verhaal of gedicht. Wat doe je? Je gebruikt taal op een originele manier en bedenkt een uniek verhaal Je kopieert een bestaand verhaal Je schrijft zonder structuur of idee None 4. Je leest een ingewikkelde tekst. Wat doe je? Je leest oppervlakkig en onthoudt weinig Je analyseert de betekenis en begrijpt de boodschap Je negeert de tekst None 5. Je luistert naar een gesprek in een andere taal. Wat doe je? Je concentreert je en begrijpt zoveel mogelijk woorden en context Je luistert half en begrijpt weinig Je negeert het gesprek None 6. Je moet een zin verbeteren zodat hij vloeiender klinkt. Wat doe je? Je laat de zin zoals hij is Je kiest woorden en zinsbouw die het best passen Je verandert willekeurig woorden None 7. Je moet een tekst vertalen naar een andere taal. Wat doe je? Je vertaalt letterlijk zonder context Je negeert moeilijke woorden en gokt Je zoekt betekenis en nuance zorgvuldig op None 8. Je moet iets uitleggen aan iemand die de taal minder goed spreekt. Wat doe je? Je zegt het snel en zonder uitleg Je legt duidelijk uit en past je aan de ander aan Je gebruikt ingewikkelde woorden die de ander niet begrijpt None 1 out of 1 Previous Start Quiz Next Time's up Post navigation Previous Previous post: Fotografie quizNext Next post: Creativiteit in feiten: test je kennis Een reactie achterlaten Reactie annulerenJe e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *Reactie * Naam * E-mail * Website Mijn naam, e-mailadres en website opslaan in deze browser voor de volgende keer wanneer ik een reactie plaats.